Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
 >  Biologische agentia
Doel toolbox
  • Informatie geven over:
    • Welke risico’s er zijn bij blootstelling aan biologische agentia;
    • Welke maatregelen te treffen;
    • Wat kan je zelf doen.
  • Aangeven hoe Sweco er voor zorgt dat medewerkers veilig en gezond met biologische agentia kunnen omgaan.
  • Vragen in kaart brengen over het onderwerp.
  • Waar nodig acties vaststellen.
Risico's > Wat kan er gebeuren?

Biologische agentia zijn levende micro-organismen en materialen afkomstig van deze organismen,  die een infectie, vergiftiging, allergie, kanker, effecten op de ongeboren vrucht of effecten op erfelijk materiaal (mutageen) kunnen veroorzaken.

Voorbeelden van schadelijke materialen afkomstig van

micro-organismen (m.o.) zijn: 

  • uitscheidings- en stofwisselingsprodukten van m.o.
  • dode bacterieresten (endotoxine)
  • schimmelresten (bijv. aflatoxine) en afgestorven cellen (huidschilfers)
  • pollen en zaden 

Voorbeelden van schadelijke levende micro-organismen zijn:

  • Pathogene (ziekmakende) bacteriën   Lyme borreliose, Legionella Pneumophilia, Bacillus anthracis en   Salmonella
  • Virussen                                           Hepatitis A/B/C, Rabies (hondsdolheid), griep
  • Schimmels                                        Aspergillus-familie, huid-/voetschimmel
  • Protozoën (meercellige diertjes)         Toxoplasmose gondii-parasiet, schurftmijt

Waar vindt blootstelling aan biologische agentia plaats?

In sommige bedrijven en instellingen wordt gericht met biologische agentia gewerkt, bijv. producenten van levensmiddelen (o.a. zuivel, bier, brood) of in (onderzoeks)laboratoria.

Andere relevante omgevingen waar biologische agentia kunnen worden overgedragen:

  • Afvalinzameling                       vuile injectienaalden, plantaardig en dierlijk materiaal, schimmels
  • Natuur-/spooromgeving           processierups, tekenbeet, fecaliën, dierenbeet
  • Rioolstelsels                            bacteriën (Tetanus, Weil), hepatitis A
  • Agrarische bedrijven                plantaardige materialen, Q koorts
  • Afvalwaterzuivering                 bacteriën, ontlasting
  • Waterinstallaties                      legionella, bacteriën
  • Koelmachines                          legionella
  • Aardappel-/suikerindustrie        schimmels. bacteriën
  • (Dier-) Gezondheidszorg           virussen, schurftmijt
  • Kantoor                                   griep, verkoudheid

Hoe vindt besmetting plaats?

Bij fysiek (lichamelijk) contact.
Opname via:
  •   Contact slijmvliezen ogen, neus, keel;
  •   Mond (inslikken);
  •   Huid  (verwonding);
  •   Ademhaling (aerosolen, stof).

De mate van besmetting hangt af van:

  •   Dosis en ziekmakende potentie (virulentie);
  •   Biologisch agens;
  •   Persoonlijke weerstand.
Maatregelen > Wat moet je doen?

Of blootstelling aan biologische agentia kan voorkomen moet blijken uit de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E).

Als blootstelling mogelijk is, moeten maatregelen genomen worden om de blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.

Risicogroepen zijn:

  • zwangere medewerkers
  • medewerkers met een verminderde weerstand (bijv. chronische suikerziekte).

Bij deze groepen is het extra belangrijk om blootstelling te voorkomen. Raadpleeg zo nodig de bedrijfsarts.

Maatregelen om blootstelling/besmetting te voorkomen

Maatregelen moeten worden genomen volgens het Biologisch Arbeidshygiënisch principe, waarbij de volgende voorkeursvolgorde wordt gehanteerd:

  • Bestrijding bij de bron (o.a. agens wegnemen/bestrijden, desinfectie).
  • Organisatorische maatregelen (o.a. beperking aantal medewerkers, geen blootstelling van kwetsbare groepen, voorlichting, werkplek schoonhouden).
  • Technische maatregelen (o.a. afscherming, Biohazard kasten, ‘no touch’ deuren en kranen, niet poreuze materialen toepassen).
  • Hygiënische maatregelen (o.a. handen wassen, niet in ogen wrijven/peuteren in neus, douchen).
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen (huid-, oog- en adembescherming).
  • Vaccinatie (inenting).
  • Gebruik PEP (postexpositie profylaxe: medicament toedienen na mogelijke blootstelling/transmissie).
  • Therapie bij ziekte (vroegtijdig symptomen van mogelijke ziekten signaleren door medewerkers,  zodat een arts gewaarschuwd kan worden om zo snel mogelijk therapie in te zetten).

Wat kun je zelf verder nog doen?

  • Zorg dat je de biologische agentia in jouw werk en hun risico’s kent. Vraag dit zo nodig na bij klant/opdrachtgever.
  • Neem de voorgeschreven veiligheids- en hygiënemaatregelen in acht. Vraag er actief naar!
  • Niet aanwezig;  Volg de maatregelen en richtlijnen in deze toolbox en handhaaf altijd de hoogste veiligheids- en hygiëne-standaard.
  • Was je handen na afloop van het bezoek.
  • Zorg dat je desinfectiedoekjes bij je hebt (in de auto)
  • Desinfecteer je handen direct nadat je je schoenen en jas hebt uitgedaan en voordat je in de auto stapt.
  • Vergeet niet, je veters zijn een bron van bacteriën!
  • Zorg dat je de symptomen van mogelijke ziekten kent en trek tijdig aan de bel.
  • Meld een incident met biologische agentia direct, zodat de juiste maatregelen genomen kunnen worden.

Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen biologische agentia

De meest effectieve persoonlijke beschermingsmiddelen tegen biologische agentia zijn:

  • Bedekkende kleding    bescherming tegen verwondingen en insectenbeten
  • Handschoenen            bescherming tegen verwondingen
  • Bril                            bescherming tegen spatten (infectierisico)
  • Stofmasker                 inademen van stof
  • Aerosol masker           inademen van aerosolen
  • Waterdichte kleding     contact met afvalwater

Reinig de (PBM's) grondig na uitvoering van het werk en berg ze op in een afgesloten verpakking. (Dus niet los op de achterbank!)

Zorg ervoor dat je je PBM's thuis goed schoonmaakt om optimale bescherming te garanderen.

PAGO (Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek) en vaccinatie

Medewerkers hebben recht op een arbeidsgezondheidskundig onderzoek:

  • voorafgaand aan de werkzaamheden waarbij blootstelling kan ontstaan;
  • indien zij een infectie of ziekte hebben opgelopen;
  • bij infectie of ziekte van een andere medewerker.

Sweco stelt bij de RIE vast of er werkzaamheden worden uitgevoerd met besmettingsrisico. Het vaccinatie-advies (door de bedrijfsarts) wordt hierop afgestemd. Bij werkzaamheden waar kans is op aanraking met biologische agentia worden de vaccinaties tegen Tetanus, Polio en/of Hepatitis A en B geadviseerd.

De medewerkers die blootgesteld kunnen worden krijgen van Sweco een persoonlijk advies om zich te laten vaccineren. Sweco kan als werkgever vaccinatie niet verplichten maar slechts adviseren.

Nadere informatie over mogelijke vaccinaties en het Sweco Vaccinatiebeleid: via SSC HR of Insight (pagina vaccinaties en keuringen).

Discussie > Bespreek het met je collega’s

Zijn er nog vragen?

Opmerkingen?

Aanvullingen?

Tips > Voor meer informatie

Zie ook Toolbox Tekenbeten

Abomafoon 8.24 Biologische agentia

www.kiza.nl 

www.rivm.nl/cib

Nadere informatie over mogelijke vaccinaties: via SSC HR.